ECLI:NL:RBNNE:2018:3602
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Eiser werd mede hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de terugbetaling van €5.847,60 aan onverschuldigd verstrekte bijstand aan [naam 2] over de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017. Dit omdat eiser en [naam 2] een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de bijstand volgens de Participatiewet als gezinsbijstand had moeten worden toegekend.
Eiser betwistte de gezamenlijke huishouding en stelde dat hij slechts zorg ontving vanwege zijn heupbreuk en niet samenwoonde met [naam 2]. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin was vastgesteld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, waarbij eiser en [naam 2] hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg voor elkaar droegen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht eiser aansprakelijk heeft gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Participatiewet, omdat [naam 2] zijn inlichtingenplicht schond en eiser de persoon is met wiens middelen rekening moest worden gehouden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van onverschuldigde bijstand wordt ongegrond verklaard en eiser wordt mede hoofdelijk aansprakelijk gehouden.