Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 september 2018 in de zaak tussen
het college van gedeputeerde staten van Fryslân, verweerder
de Stichting Dorpsmolen Reduzum, te Reduzum, de Stichting
Rechtbank Noord-Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden heeft beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Fryslân om de aanvraag om ontheffing van de Verordening Romte 2014 te weigeren. De aanvraag betrof de vervanging van een bestaande windturbine in Reduzum door een grotere turbine met een hogere masthoogte en tiphoogte.
De rechtbank overwoog dat de Verordening Romte 2014 een verbod bevat op nieuwe windturbines en op vervanging van bestaande turbines met grotere afmetingen. De aanvraag viel niet onder de ontheffingsmogelijkheden voor stedelijke functies, aangezien windturbines niet als zodanig worden aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat de weigering van de ontheffing terecht was omdat de gevraagde vervanging in strijd was met het provinciale beleid dat gericht is op sanering en clustering van windturbines.
Verder oordeelde de rechtbank dat de Verordening Romte niet in strijd is met artikel 4.1a van de Wet op de ruimtelijke ordening, omdat deze bepaling een discretionaire bevoegdheid geeft aan gedeputeerde staten. Ook was er geen verplichting om het verzoek aan provinciale staten voor te leggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing voor de vervanging van de windturbine wordt ongegrond verklaard.