ECLI:NL:RBNNE:2018:3630
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onbekende einddatum
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een vordering van de officier van justitie tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die reeds in voorlopige hechtenis zit in verband met een nieuwe strafzaak. De officier van justitie stelde dat het hoge risico op geweldsdelicten en de weigering van de veroordeelde om mee te werken aan onderzoek een beperking van het recidiverisico onmogelijk maken.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de veroordeelde sinds 15 februari 2018 in voorlopige hechtenis verblijft, waardoor de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet kan worden vastgesteld. Zowel de raadsman als een deskundige getuige-deskundige benadrukten dat de vordering prematuur was, mede omdat de veroordeelde binnenkort een afspraak met de reclassering zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat zolang de voorlopige hechtenis voortduurt, de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet kan worden bepaald en daarmee ook niet kan worden beoordeeld of de vordering tijdig is ingediend. Hierdoor verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling.