Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de ontvanger van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Ik stel u hierbij aansprakelijk voor de niet betaalde belastingschulden van [A] B.V.. Deze aansprakelijkstelling baseer ik op artikel 36 lid 3 IW Pro, kennelijk onbehoorlijk bestuur. De gronden voor het kennelijke onbestuur zal ik hieronder noemen en kort toelichten.Gronden voor het kennelijk onbehoorlijk bestuur1. Niet verstrekken van de volledige administratie / niet voldoen aan de administratieplicht(…)2. Geen VPB-aangifte meer sinds 2014(…)3. Continuering van de onderneming na het faillissement van een grote opdrachtgever(…)4. Overheveling van de activiteiten naar [B] B.V. met achterlating van schulden(…)”.
De bedragen van de aansprakelijkstelling zijn in de bijlage bij de beschikking aansprakelijkstelling gespecificeerd.
“
Beste [eiser] ,
2.1. In zijn verweerschrift heeft verweerder aangegeven dat grond 4. van de beschikking, "Overheveling van de activiteiten van [B] B.V. met achterlating van schulden" (zie 1.11), is komen te vervallen.
Continueren na faillissement
nadatde openstaande facturen waren opgelopen tot € 100.000 een aanwijzing is voor onbehoorlijk bestuur. De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken vast dat op 4 juni 2013 het bedrag aan openstaande facturen van [vennootschap 2] € 99.631,44 bedroeg. Hierna zijn nog drie facturen uitgegaan, op 5 september 2013 voor een bedrag van € 2.809,65, waardoor de grens van € 100.000 bereikt en overschreden werd, op 9 september 2013 voor een bedrag van € 2.367,32 en op 13 maart 2014 voor een bedrag van € 5.058,34. Na het bereiken van de door verweerder genoemde grens van € 100.000 is er derhalve nog voor een bedrag van afgerond € 10.000 gefactureerd. Dit is naar het oordeel van de rechtbank reeds op zichzelf, maar ook in het licht van de hiervoor bedoelde ontstaansgeschiedenis van de vordering, van te weinig gewicht om op die grond tot kennelijk onbehoorlijk bestuur te kunnen concluderen.
Rekening-courant [D] B.V., aflossen andere crediteuren
Schending artikel 58 van Pro de IW, niet of te laat aanleveren stukken
Onttrekken gelden naar privé, rekening-courant grootboek 1460
geenredelijk denkend bestuurder - onder dezelfde omstandigheden - gehandeld zou hebben zoals eiser heeft gedaan (Zie Hoge Raad 31 maart 2017, nr. 15/02939, ECLI:NL:HR:2017:530). Pas als die buitengrens is overschreden, is er sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de beschikking aansprakelijkstelling;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.302 (kosten rechtsbijstand en kosten aanwezigheid deskundige ter zitting).