ECLI:NL:RBNNE:2018:3695
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandeling professionele hennepteelt
Op 14 november 2015 werd bij verdachte een grote hoeveelheid goederen aangetroffen die gebruikt kunnen worden voor het opzetten van een hennepkwekerij, waaronder assimilatielampen, armaturen en andere growshopartikelen. Verdachte verklaarde dat deze goederen handelsvoorraad waren van zijn voormalige online growshop, die hij na een wetswijziging in maart 2015 had beëindigd.
De officier van justitie vorderde veroordeling op grond van artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet, stellende dat verdachte wist of moest vermoeden dat de goederen bestemd waren voor professionele hennepteelt. De verdediging betoogde dat verdachte niet de intentie had om strafbare feiten te plegen met deze goederen en dat de goederen niet bestemd waren voor hennepteelt.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Hoewel de goederen geschikt waren voor hennepteelt, was niet komen vast te staan dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat de goederen daarvoor bestemd waren. Ook was niet bewezen dat verdachte op de hoogte was van de hennepknipperij in de loods. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij goederen bestemd had voor professionele hennepteelt.