ECLI:NL:RBNNE:2018:3696
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- O.J. Bosker
- M.J.B. Holsink
- M.W.B. Venema
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsbeslissing wegens medeplegen hennepknipperij met vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 september 2018 een ontnemingsbeslissing genomen in de zaak tegen veroordeelde, die is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, onder B, van de Opiumwet.
De ontnemingsvordering van de officier van justitie betrof een bedrag van €75.744,26 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank baseerde haar schatting op diverse proces-verbalen van getuigenverklaringen en bevindingen van politie en verbalisanten, waarin onder meer werd vastgesteld dat er hennep werd geknipt in een loods te een plaats, met een omvang van circa 25,5 kilogram gedroogde hennep.
Uit de verklaringen bleek dat veroordeelde en medeveroordeelde organisatorisch betrokken waren bij de hennepknipperij, waaronder het benaderen van knippers en het verzorgen van vervoer en faciliteiten. De rechtbank nam aan dat de hennep van eigen kweek afkomstig was en rekende de opbrengst minus de kosten uit, wat resulteerde in een wederrechtelijk verkregen voordeel van €76.603,28.
Omdat veroordeelde en medeveroordeelde samen handelden en geen openheid gaven over de verdeling, werd het voordeel gelijk verdeeld, waardoor veroordeelde een bedrag van €38.301,64 moest betalen aan de staat. De rechtbank legde deze verplichting op conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €38.301,64 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.