ECLI:NL:RBNNE:2018:3816
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende ondeskundigheid
Verzoeker heeft bij brief van 19 februari 2018 mr. A.C. Philipsen gewraakt in een bestuursrechtelijke zaak wegens vermeende ondeskundigheid en onpartijdigheid. Hij stelde dat mr. Philipsen het verschil niet kende tussen woordvoerder en zaakgelastigde, stukken niet goed had begrepen en valsheid in geschrifte niet had onderkend.
Mr. Philipsen erkende een verkeerde interpretatie van de machtiging en bood excuses aan, met het aanbod voor een nieuwe mondelinge behandeling. Zij stelde dat de aangevoerde feiten geen twijfel aan haar onpartijdigheid rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat ondeskundigheid op zichzelf geen grond voor wraking vormt en dat verzoeker geen concrete feiten had aangevoerd die een objectieve vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Ook de stelling van valsheid in geschrifte was onvoldoende om wraking te rechtvaardigen.
Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. De beslissing werd uitgesproken door mr. P.G. Wijtsma, voorzitter, en mrs. F. de Jong en P.H.M. Tapper-Wessels, leden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. A.C. Philipsen wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.