ECLI:NL:RBNNE:2018:3846
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bestuurder mobiele kraan bij dodelijk verkeersongeval door ongelukkige samenloop omstandigheden
Op 8 augustus 2015 reed verdachte als bestuurder van een mobiele kraan met een oplegger waarop grote metalen platen lagen, die niet waren gezekerd. Tijdens het uitwijken voor een tegemoetkomende racefietser kwam de mobiele kraan in aanraking met het slachtoffer, die in de berm stond, waardoor zij ernstig gewond raakte en later overleed.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde (het niet zekeren van de lading) en een geldboete voor het subsidiair ten laste gelegde (gevaar of hinder op de weg). De verdediging stelde dat verdachte geen concreet gevaarzettend gedrag vertoonde en het slachtoffer niet kon zien door een dode hoek veroorzaakt door de giek van de kraan.
De rechtbank oordeelde dat het letsel waarschijnlijk is veroorzaakt door het rechtervoorwiel van de mobiele kraan en niet door de losgeraakte lading, waardoor het primair ten laste gelegde niet bewezen was. Het subsidiair ten laste gelegde werd verworpen omdat uitwijken voor de fietser geen concreet gevaarzettend gedrag vormde en verdachte het slachtoffer niet kon zien door de dode hoek. Er was sprake van een noodlottig ongeval zonder strafrechtelijk verwijt.
De rechtbank sprak verdachte integraal vrij van alle tenlasteleggingen en benadrukte dat het slachtoffer geen verwijt treft. Het vonnis werd uitgesproken op 2 oktober 2018 door drie rechters van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat geen strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt voor het dodelijk verkeersongeval.