Eiser vordert verbetering van door gedaagde en Airton Holding afgelegde derdenverklaringen in het kader van executoriaal derdenbeslag en betaling van de beslagbedragen met wettelijke rente. De zaak betreft een complexe verhouding tussen eiser, Airton, Airton Holding en gedaagde over vorderingen uit hoofde van cessie en rekening-courantverhoudingen.
De rechtbank stelt vast dat Airton Holding reeds veroordeeld is tot betaling van €214.220,21 aan eiser en dat eiser executoriaal derdenbeslag heeft gelegd onder gedaagde en Airton Holding. Gedaagde heeft verklaringen afgelegd die onvolledig zijn en niet het juiste bedrag vermelden. De rechtbank oordeelt dat de schuld van gedaagde aan Airton Holding €330.000 bedraagt, maar dat deze schuld niet opeisbaar is vanwege afspraken over aflossing.
De rechtbank verbetert de verklaringen van gedaagde en veroordeelt hem tot betaling van €217.001,42 aan eiser met wettelijke rente vanaf 17 februari 2017. Airton Holding wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het reeds vastgestelde bedrag. De proceskosten worden aan gedaagde c.s. opgelegd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.