ECLI:NL:RBNNE:2018:3914
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ambtshalve vermindering revisierente bij afkoop lijfrente
Eiser, exploitant van een schoonmaakbedrijf in v.o.f.-vorm, kocht in 2015 zijn lijfrentepolis af om belastingschulden te voldoen. Over de afkoopsom werd revisierente van 20% in rekening gebracht. Eiser stelde dat hij recht had op vrijstelling van revisierente en dat de belastingdienst onvoldoende had gewezen op de verschuldigdheid hiervan.
De rechtbank constateerde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk was verklaard. Het verzoek tot ambtshalve vermindering werd afgewezen omdat niet aan de wettelijke voorwaarden voor vrijstelling van revisierente was voldaan, met name omdat de afkoopsom hoger was dan het wettelijk maximum.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat eiser bekend was met de revisierente en geen rechtens te beschermen vertrouwen kon ontlenen aan de belastingdienst. De rechtbank oordeelde dat de wet geen uitzondering maakt voor afkoop van lijfrente ten behoeve van belastingschulden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot ambtshalve vermindering van revisierente wordt ongegrond verklaard.