ECLI:NL:RBNNE:2018:3916
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- R.B. Maring
- K. Wentholt
- D.W.J. Vinkes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid WW- en ZW-uitkeringen bij gefingeerd dienstverband
Eiseres had een WW- en ZW-uitkering ontvangen, maar verweerder stelde na een onderzoek vast dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen eiseres en de werkgever, en dat sprake was van een gefingeerd dienstverband. Verweerder herzag en trok de uitkeringen terug en legde terugvorderingen op.
Eiseres betwistte dit en voerde aan dat het onderzoek summier was en dat zij wel degelijk werkzaamheden verrichtte. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en toereikend was, waarbij diverse bronnen en getuigenverklaringen waren geraadpleegd. De verklaringen van eiseres waren vaag en tegenstrijdig, en zij kon geen objectief bewijs leveren van een daadwerkelijke dienstbetrekking.
De rechtbank concludeerde dat verweerder aan zijn bewijslast had voldaan en dat eiseres onvoldoende tegenbewijs had geleverd. De terugvordering van de uitkeringen was dan ook terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van WW- en ZW-uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband wordt ongegrond verklaard.