ECLI:NL:RBNNE:2018:3918
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- R.B. Maring
- K. Wentholt
- D.W.J. Vinkes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van uitkeringen bij gefingeerd dienstverband
Eiser ontving uitkeringen op grond van de WW, ZW en Wet WIA over diverse perioden, die verweerder na onderzoek heeft herzien en ingetrokken wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Het onderzoek, gebaseerd op diverse bronnen zoals belastinggegevens, bankafschriften, getuigenverklaringen en een uitgebreid onderzoeksrapport, concludeerde dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat er geen concrete aanleiding was, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en toereikend was en dat er voldoende aanleiding bestond. Eiser kon geen objectief en verifieerbaar tegenbewijs leveren dat hij daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte of dat er een dienstbetrekking bestond.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat het gespreksverslag onjuist was, omdat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt. Het verzoek om een getuige te horen werd afgewezen omdat dit niet zou bijdragen aan de beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de herziening en intrekking van de uitkeringen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de herziening en intrekking van de uitkeringen worden bevestigd.