ECLI:NL:RBNNE:2018:3996
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling en poging tot doodslag
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 augustus 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging zware mishandeling en poging tot doodslag op het slachtoffer. De tenlasteleggingen betroffen onder meer het met kracht slaan van het hoofd van het slachtoffer tegen de grond en het meermalen inslaan met een bijl.
De officier van justitie achtte poging zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen, maar vroeg vrijspraak voor de poging tot doodslag wegens gebrek aan bewijs. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer en stelde dat het letsel mogelijk op andere wijze was ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer op onderdelen strijdig waren met andere bewijsmiddelen, zoals sociale media berichten en een e-mail waarin het slachtoffer aangaf te kunnen liegen. Ook ontbrak een medische verklaring over het letsel bij het tweede feit en weigerde het slachtoffer medewerking aan nader onderzoek. Hierdoor was onvoldoende overtuigend bewijs aanwezig om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op. De ad informandum gevoegde feiten werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling en poging tot doodslag.