ECLI:NL:RBNNE:2018:4062
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksuele handelingen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 12 oktober 2018 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het verrichten van seksuele handelingen met een slachtoffer dat zich in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht zou hebben bevonden.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf en taakstraf, stellende dat het slachtoffer onder invloed van alcohol en drugs was en niet in staat was haar wil te bepalen of weerstand te bieden. De verdediging voerde aan dat het slachtoffer adequaat kon communiceren en dat er geen objectief bewijs was van verminderd bewustzijn.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat het slachtoffer zich in een zodanige staat van verminderd bewustzijn bevond dat zij haar wil niet kon bepalen of kenbaar maken. Dit oordeel werd gebaseerd op verklaringen, camerabeelden en het ontbreken van objectief bewijs zoals bloed- of ademonderzoek.
Daarnaast verklaarde de rechtbank dat de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer niet-ontvankelijk is omdat het feit niet bewezen is en deze vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde tijdens de seksuele handelingen.