ECLI:NL:RBNNE:2018:4063
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksuele handelingen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 12 oktober 2018 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van seksuele handelingen met een slachtoffer dat zich in een staat van verminderd bewustzijn zou hebben bevonden. Het openbaar ministerie vorderde een gevangenisstraf en taakstraf, stellende dat het slachtoffer onder invloed van alcohol en drugs was en niet in staat was haar wil te bepalen of weerstand te bieden.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer niet in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, dat zij adequaat kon communiceren en dat er sprake was van seksueel getint gedrag met impliciete en expliciete uitnodigingen. Er was geen objectief bewijs zoals bloed- of ademonderzoek om de staat van het slachtoffer vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Uit verklaringen, getuigenverklaringen en camerabeelden bleek dat het slachtoffer ondanks enige dronkenschap in staat was haar wil te bepalen en zelfstandig te bewegen. De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk, omdat het feit niet bewezen was en de civiele rechter hierover moet oordelen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde.