ECLI:NL:RBNNE:2018:4064
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksuele handelingen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 12 oktober 2018 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van seksuele handelingen met een slachtoffer dat in een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeerde. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf en taakstraf, stellende dat het slachtoffer door alcohol en drugs niet in staat was haar wil te bepalen of weerstand te bieden.
De verdediging betoogde dat het slachtoffer niet in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde en dat er geen objectief bewijs was zoals een alcohol- of bloedtest. Ook wezen zij op het seksueel getinte gedrag van het slachtoffer en de communicatie met de verdachten.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat het slachtoffer in een zodanige staat verkeerde dat zij haar wil niet kon bepalen of kenbaar maken. Camerabeelden en getuigenverklaringen toonden aan dat het slachtoffer op momenten onvast ter been was maar wel kon dansen, communiceren en zelfstandig lopen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd een schadevergoeding gevorderd door het slachtoffer. De rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat het feit niet bewezen was en verwees de benadeelde partij naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verminderd bewustzijn van het slachtoffer tijdens de seksuele handelingen.