ECLI:NL:RBNNE:2018:4077
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid en intrekking van omgevingsvergunning voor kantoorruimten
Eiseres diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van zelfstandige kantoorruimten. Verweerder verleende de vergunning van rechtswege, waarna Gedeputeerde Staten (GS) bezwaar maakten vanwege strijd met het provinciale Streekplan en de Verordening Romte 2014 (VR). Verweerder verklaarde het bezwaar gegrond en trok de vergunning in. Eiseres stelde dat GS niet als belanghebbende konden optreden en dat de intrekking onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat GS als bestuursorgaan een rechtstreeks belang hebben bij de ruimtelijke ordening en derhalve belanghebbende zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit het instemmingsrecht van GS in het kantorenbeleid zoals neergelegd in artikel 4.1.2 VR en het Streekplan 2007. De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat de vergunning niet heroverwogen mocht worden na bezwaar, verwijzend naar jurisprudentie die een volledige heroverweging bij bezwaar tegen van rechtswege verleende vergunningen toestaat.
De rechtbank stelde vast dat de ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan en het provinciale kantorenbeleid, waarbij sprake is van overcapaciteit en geen ruimte voor uitbreiding in de betreffende gemeente. Het feit dat het pand feitelijk als kantoor wordt gebruikt, verandert hier niets aan omdat dit strijdig is met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de vergunning.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.