ECLI:NL:RBNNE:2018:417
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod wegens verstoring openbare orde
De burgemeester heeft op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet een gebiedsverbod opgelegd aan verzoeker vanwege ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, gebaseerd op eerdere incidenten en onrust in de wijk. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat het oordeel voorlopig is. Uit de stukken en verklaringen blijkt dat de situatie in de wijk sinds september 2016 gespannen is, met meerdere escalaties en eerdere gebiedsverboden. Het provocerende gedrag van verzoeker en recente meldingen van buurtbewoners vormen een concrete aanleiding voor het gebiedsverbod.
Verzoeker betoogt onder meer dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, dat stukken ontbreken en dat het verbod disproportioneel is. De voorzieningenrechter acht deze bezwaren ongegrond, mede omdat de burgemeester zorgvuldig heeft gehandeld, de belangen van verzoeker beperkt worden en het algemeen belang zwaarder weegt.
De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat het gebiedsverbod noodzakelijk is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen.