ECLI:NL:RBNNE:2018:427
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak brandstichting en vernieling woningvoordeur te Groningen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 9 februari 2018 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van brandstichting en vernieling aan de voordeur van zijn huurwoning te Groningen in de periode van 23 tot 24 juli 2017.
Het openbaar ministerie legde verdachte primair ten laste dat hij opzettelijk brand had gesticht aan de voordeur en de houten platen daarvan, met gevaar voor personen en goederen. Subsidiair werd hem vernieling van deze houten platen ten laste gelegd. Het NFI voerde brandproeven uit waaruit bleek dat de gebruikte methode met een gasaansteker en waxinelichtje niet tot een zichzelf voortzettende brand kon leiden.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de brandstichting wegens onvoldoende bewijs, maar wilde wel een bewezenverklaring voor vernieling omdat verdachte de platen in contact met vuur had gebracht met opzet tot vernieling. De verdediging betoogde dat geen sprake was van een deugdelijk middel tot brandstichting en dat de platen niet vernield waren omdat ze hergebruikt werden.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak verdachte vrij. Ook de subsidiaire vernieling was niet bewezen, omdat het verwijderen van de platen onder de gegeven omstandigheden geen wederrechtelijke vernieling vormde. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van brandstichting en vernieling aan de voordeur wegens onvoldoende bewijs.