ECLI:NL:RBNNE:2018:4299

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
4 oktober 2018
Publicatiedatum
24 oktober 2018
Zaaknummer
LEE 17-783
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 1:6 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen toekenning strafpunt op rijbewijs

Eiser maakte bezwaar tegen de toekenning van een eerste strafpunt op zijn rijbewijs door verweerder. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk via twee brieven, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat de reactiebrieven van verweerder samen een besluit op bezwaar vormen, gericht op niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. De rechtbank is bevoegd om over het beroep te oordelen, maar komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling vanwege artikel 1:6 Awb Pro, dat de Awb uitsluit bij tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.

De toekenning van het strafpunt valt onder de tenuitvoerlegging van straf, waardoor het bezwaar niet ontvankelijk is. Hoewel de niet-ontvankelijkverklaring op ongebruikelijke wijze en deels onjuiste gronden is gedaan, is deze terecht. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege de gebrekkige besluitvorming.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden vastgesteld op €1002,-, het griffierecht op €170,- wordt vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 18/783
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2018 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats], eiser
(gemachtigde: mr. P.N. Huisman),
en
Openbaar Ministerie, Parket Generaal, verweerder
(gemachtigde: mr. C.T. Brontsema).

Procesverloop

Bij brief van 24 oktober 2017 heeft verweerder aan eiser een eerste strafpunt op zijn rijbewijs toegekend.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft bij brieven van 31 januari 2018 en 8 februari 2018 gereageerd op het bezwaar van eiser. De inhoud van deze brieven strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar.
Eiser heeft tegen de brieven van 31 januari 2018 en 8 februari 2018 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1002,-
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht van eiser tot een bedrag van € 170,-

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Ten aanzien van de bevoegdheid van de rechtbank wordt als volgt overwogen.
3. De rechtbank stelt voorop dat de reactiebrieven van verweerder van 31 januari 2018 en 8 februari 2018 op het bezwaar van eiser tezamen het karakter van een besluit op bezwaar hebben. De inhoud van dit besluit strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar, omdat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb.
4. Anders dan verweerder meent, is de rechtbank bevoegd om te oordelen op het namens eiser ingestelde beroep. Het beroep richt zich immers tegen een besluit op bezwaar met als strekking de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
5. De rechtbank komt echter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van het beroep, voor zover gericht tegen de toekenning van een strafpunt op het rijbewijs. Daar staat artikel 1:6, aanhef en onder a, van de Awb aan in de weg. Ingevolge dit artikel is de Awb niet van toepassing op de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Naar het oordeel van de rechtbank maakt het toekennen van een strafpunt onderdeel uit van de tenuitvoerlegging van de straf, zodat de Awb op dit geding niet van toepassing is. Dat zou de motivering van het besluit van verweerder hebben moeten zijn.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard. Wel is het zo dat dit is gebeurd in een ongebruikelijke vorm (het sturen van twee brieven) en op deels onjuiste gronden. Vanwege die gebreken aan het besluit/in de besluitvorming van verweerder ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten en het door hem betaalde griffierecht. Eiser heeft immers in beroep moeten komen om duidelijkheid te krijgen over deze kwestie.
7. Het beroep van eiser is ongegrond omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
8. De proceskosten begroot de rechtbank op twee punten, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Eén punt wordt toegekend voor het indienen van het beroepschrift en één punt wordt toegekend voor het verschijnen ter zitting, met een waarde van € 501,- per toegekend punt, en een wegingsfactor 1. In totaal is het bedrag van de proceskosten vastgesteld op € 1002,-
9. Verweerder dient het door eiser betaalde griffierecht à € 170,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van R.E.J. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.