ECLI:NL:RBNNE:2018:4344
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
De officier van justitie vorderde de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, voortvloeiend uit een hennepkwekerijzaak. De rechtbank baseerde de schatting op een rapport van de politie waarin de opbrengst van één oogst werd berekend op basis van 160 planten en een gemiddelde opbrengst per plant.
De verdediging stelde dat er slechts één oogst was met een lagere opbrengst, maar de rechtbank achtte de verklaringen van veroordeelde over de opbrengst niet aannemelijk. Het rapport, opgesteld door deskundigen, leverde een bruto opbrengst van €18.038,24 op, waarvan na aftrek van kosten een netto voordeel van €16.658,24 resteerde.
Na aftrek van stroomkosten van €1.045,31 kwam de rechtbank tot een definitief ontnemingsbedrag van €15.612,93. De rechtbank verwierp het draagkrachtverweer van de verdediging omdat niet aannemelijk was dat veroordeelde in de toekomst geheel niet zou kunnen betalen. De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en wees de vordering voor het overige af.
Uitkomst: De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op €15.612,93 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.