ECLI:NL:RBNNE:2018:4435

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 maart 2018
Publicatiedatum
2 november 2018
Zaaknummer
C/17/160033/KG RK 18-88
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van rechters na uitspraak niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker diende op 1 februari 2018 een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de wrakingskamer in een lopende zaak. Dit verzoek werd aangevuld op 5 februari 2018. De wrakingskamer had echter reeds op 19 januari 2018 uitspraak gedaan in een eerder wrakingsverzoek van dezelfde verzoeker.

Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de wrakingsgronden bekend zijn, maar uiterlijk vóór de einduitspraak. Omdat het verzoek van verzoeker na de uitspraak van 19 januari 2018 werd ingediend, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank besloot dat een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege kon blijven en beval de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan partijen. De uitspraak werd op 23 maart 2018 in Leeuwarden in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en twee rechters van de wrakingskamer.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak van de wrakingskamer is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

LOCATIE LEEUWARDEN
WRAKINGSKAMER
Procedurenummer: C/17/160033/KG RK 18-88
Datum uitspraak: 23 maart 2018
Uitspraak op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, inzake het door:
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
ingediende verzoek tot wraking van mrs. C.M. Telman, E.Th.M. Zwart-Sneek en
W.S. Sikkema, rechters in de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

1.Procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft bij brief van 1 februari 2018, ingekomen ter griffie op diezelfde datum, de rechters in de wrakingskamer in de zaak met zaak/rolnummer 158613 KG/RK 17-399 gewraakt. [verzoeker] heeft zijn verzoek aangevuld bij brief van 5 februari 2018, ingekomen ter griffie op diezelfde datum.
1.2.
Voornoemde wrakingskamer heeft op 19 januari 2018 uitspraak gedaan in het door [verzoeker] ingediende verzoek tot wraking van mr. H.J. Idzenga.
1.2.
De leden van voornoemde wrakingskamer hebben bij brief van 15 maart 2018 te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.

2.Overwegingen

2.1.
Ingevolge artikel 36 Rv Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend in elke stand van het geding - mits vóór de einduitspraak - zodra de wrakingsgronden bekend zijn. Nu [verzoeker] het wrakingsverzoek heeft ingediend nadat de wrakingskamer op 19 januari 2018 uitspraak heeft gedaan, zal het verzoek van [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard worden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart het wrakingsverzoek van [verzoeker] niet-ontvankelijk;
3.2.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan partijen.
Deze uitspraak is vastgesteld en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 23 maart 2018 door mr. R. Giltay, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. J.E. Biesma, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.