Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de pachtkamer d.d. 11 december 2018
[naam 2] ,
Procesverloop
Motivering
De feiten
in:
€ 375,00(2,5 punten x tarief € 150,00)
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele bodemprocedure stond de rechtsgeldigheid van de opzegging van een pachtovereenkomst centraal. De pachtovereenkomst betrof landerijen nabij IJlst die sinds 1940 in pacht waren gegeven. De verpachter, een stichting, had de pacht opgezegd per 5 maart 2018, maar de pachter woonde inmiddels in Duitsland en betwistte de rechtsgeldigheid van de betekening van de opzegging.
De rechtbank stelde vast dat de opzegging niet persoonlijk aan de pachter was betekend, maar aan het adres van de maatschap waarin de pachter participeerde. Gelet op artikel 1:14 BW Pro en de feitelijke situatie oordeelde de rechtbank dat dit adres als woonplaats gold voor de pachter ten aanzien van de pachtzaken. De pachter had zich bovendien niet tijdig verzet tegen de opzegging.
Verder bleek dat de oorspronkelijke pachtovereenkomst te laat was ingeschreven, waardoor de pachttermijn opschoof met een jaar. De opzegging was daarom te vroeg gedaan. De rechtbank paste conversie toe en stelde de einddatum van de pacht vast op 5 maart 2019. De pachter werd veroordeeld het gepachte voor die datum te ontruimen en in goede staat op te leveren, onder dreiging van een dwangsom. De gevorderde machtiging tot eigen ontruiming werd afgewezen vanwege wettelijke regels omtrent ontruiming.
Uitkomst: De pachtovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd en geconverteerd naar 5 maart 2019, waarna de pachter het gepachte moet ontruimen.