ECLI:NL:RBNNE:2018:5064
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgische beslissing tot confiscatie
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 17 oktober 2018 het beroep van veroordeelde tegen de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van €350.000, opgelegd door het Hof van Beroep te Gent in 2013.
Veroordeelde voerde aan dat de erkenning geweigerd had moeten worden op grond van artikel 25, eerste lid, WWETGC, omdat de Nederlandse ontnemingsprocedure tot een andere uitkomst zou leiden en de Belgische procedure onrechtvaardig was. De officier van justitie verwierp dit beroep en stelde dat de onderliggende feiten deels in Nederland strafbaar zijn en Nederland daarom bevoegd is tot tenuitvoerlegging.
De rechtbank oordeelde dat zij niet mocht treden in de inhoudelijke beoordeling van de buitenlandse beslissing en dat het enkele feit dat Nederland het wederrechtelijk verkregen voordeel anders berekent dan België geen grond vormt voor weigering. De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.