ECLI:NL:RBNNE:2018:5133
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- F.J. Agema
- P.H.M. Smeets
- E.P. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van diefstal en mishandeling in Leeuwarden
Op 19 november 2017 werd verdachte beschuldigd van diefstal van ongeveer 380 euro en mishandeling van het slachtoffer in Leeuwarden. De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege onvoldoende bewijs voor de diefstal en het niet kwalificeren van het letsel als zwaar lichamelijk letsel. Verdachte en zijn medeverdachte verklaarden dat zij in een worsteling raakten met het slachtoffer, waarbij zij hem beetpakten en vasthielden om betaling af te dwingen, maar niet sloegen.
De verdediging stelde dat verdachte en medeverdachte cocaïne aan het slachtoffer hadden verkocht, waarna een worsteling ontstond omdat het slachtoffer niet betaalde. Er werden geen gevechtssporen bij verdachte aangetroffen en de verklaringen van het slachtoffer waren inconsistent en ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor het wegnemen van geld of het toebrengen van slagen en stompen. Camerabeelden toonden een schermutseling, maar waren te vaag om exacte handelingen vast te stellen. Het beetpakken en vasthouden van het slachtoffer kon de verwondingen niet verklaren en er was geen bewijs voor opzet tot letsel.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en gelastte de teruggave van het inbeslaggenomen bedrag van €162,85 aan verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal en mishandeling.