ECLI:NL:RBNNE:2018:5242
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na drugshandel naar Duitsland
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €10.920,- op grond van drugshandelactiviteiten van veroordeelde. De rechtbank hield een zitting waarbij de verdediging aanvoerde dat de berekening van het voordeel gebaseerd was op onjuiste aannames over frequentie van de drugstransporten.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een financieel rapport en het vonnis waarin bewezenverklaring is opgenomen. Uit het dossier bleek dat veroordeelde op specifieke data betrokken was bij drugstransporten naar Duitsland, waarbij hij per rit €400,- ontving. De rechtbank corrigeerde de frequentie van de transporten en stelde het voordeel vast op €2.380,-.
De rechtbank wees erop dat het bedrag van €3.950,- dat eerder verbeurd was verklaard niet in mindering wordt gebracht op het ontnemingsbedrag, omdat dit geld niet aan veroordeelde toebehoorde maar werd gebruikt voor het plegen van het misdrijf.
Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht werd veroordeelde verplicht tot betaling van €2.380,- aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 18 december 2018.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €2.380,- aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.