De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag op het slachtoffer door hem op 26 januari 2018 in Emmen met een mes in de nek en rug te steken. De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en een getuige, alsmede een medische letselrapportage.
Verdachte stelde dat hij zelf was gestoken en dat hij slechts met een mes had gezwaaid uit zelfverdediging, maar dit scenario werd door de rechtbank niet geloofd vanwege het ontbreken van ondersteunend bewijs. Het mes dat verdachte zou hebben gepakt werd niet gevonden en het door hem genoemde letsel aan zijn gezicht kon niet worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat verdachte met opzet handelde om het slachtoffer te doden, maar dat het misdrijf niet was voltooid. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De strafmaat werd vastgesteld op 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, mede vanwege de ernst van het feit en eerdere geweldsveroordelingen van verdachte.
Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder medewerking aan reclasseringstoezicht, behandeling van psychiatrische problematiek en het verbod op drugs- en alcoholgebruik. De rechtbank vond de eis van de officier van justitie passend en hield rekening met het feit dat verdachte zelf ook levensbedreigend gewond was geraakt.