ECLI:NL:RBNNE:2018:5332
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit medeplegen hennepteelt
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 21 december 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen veroordeelde, die werd verdacht van medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €204.351,30, gebaseerd op tien oogsten tussen 2014 en 2016. Veroordeelde verklaarde echter dat hij in totaal €32.000,00 had ontvangen, verdeeld over enkele oogsten.
Tijdens de terechtzitting van 11 december 2018 werd de verklaring van veroordeelde als uitgangspunt genomen. De rechtbank achtte de verklaring geloofwaardig en baseerde daarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarnaast werd vastgesteld dat veroordeelde €5.375,46 aan kosten voor illegaal afgenomen elektriciteit had betaald, waarvan €1.375,46 als directe kosten in mindering werden gebracht.
De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €30.624,54 bedroeg en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de bewijsvoering, waaronder de verklaring van veroordeelde en de aangifte van de benadeelde partij.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €30.624,54 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.