Verzoeker diende op persoonlijke titel een wrakingsverzoek in tegen mr. L.T. de Jonge, kantonrechter in een civiele procedure (zaaknummer 6708757 CV EXPL 18-1684). De rechtbank constateerde dat verzoeker geen partij is in die procedure maar gemachtigde van een partij, en dat het wrakingsverzoek niet namens die partij was ingediend.
Daarom werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten. Omdat verzoeker reeds tweemaal eerder een wrakingsverzoek had ingediend dat eveneens niet-ontvankelijk was verklaard, bepaalde de rechtbank dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde procedure niet meer in behandeling zal worden genomen.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen op 4 december 2018.