ECLI:NL:RBNNE:2018:5505

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 september 2018
Publicatiedatum
18 januari 2019
Zaaknummer
C18 /187146 PR RK 18-319
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens persoonlijke betrokkenheid

Op 18 september 2018 vond een mondelinge behandeling plaats van een bestuursrechtelijke zaak tussen een verzoeker en de Korpschef van de Politie eenheid Noord-Nederland. Tijdens de zitting gaf rechter L. Mulder aan zich niet vrij te voelen om de zaak te behandelen vanwege haar persoonlijke betrokkenheid bij het Roder Jongenskoor, waarover in de zaak ook werd gesproken.

Rechter Mulder diende daarop een verzoek tot verschoning in op grond van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond was omdat het behandelen van de zaak door haar de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen schaden.

De rechtbank besloot het verzoek tot verschoning toe te wijzen en gelastte dat de zaak door een andere rechter wordt voortgezet in de huidige stand van het geding. De beslissing werd onverwijld aan alle betrokken partijen medegedeeld.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van rechter Mulder wordt toegewezen en de zaak wordt door een andere rechter voortgezet.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Locatie Groningen
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: C18 /187146 PR RK 18-319
Datum beslissing: 25 september 2018
Beslissing
op het schriftelijke verzoek van mr. L. Mulder tot verschoning in verband met de behandeling van de zaak onder voornoemd registratienummer LEE AWB 18/301 op 18 september 2018.

1.Procesverloop

1.1.
Op 18 september 2018 was ten overstaan van mr. L. Mulder, rechter, een mondelinge behandeling inzake [naam] versus de Korpschef van de Politie eenheid Noord-Nederland.
1.2.
Tijdens de behandeling van de zaak heeft mr. L. Mulder aangegeven dat het haar niet vrij staat om de zaak te behandelen. Hierop heeft zij de terechtzitting geschorst.
1.3.
Mr L. Mulder heeft daarop een verzoek tot verschoning als bedoeld in artikel 8:19 Algemene Pro wet bestuursrecht ingediend.

2.De onderbouwing van het verzoek

In haar toelichting op het verzoek tot verschoning heeft mr. L. Mulder onder meer het volgende geschreven:
"Tijdens de behandeling van de zaak vertelde de heer [naam] meer over de achtergrond van dit verzoek. Hij zei toen dat hij in het verleden zakelijk leider was van het Roder Jongenskoor (RJK) en dat hij door mensen die bij het RJK betrokken waren valselijk zou zijn beschuldigd van het plegen van seksueel misbruik.
Vervolgens heb ik, na een korte onderbreking van de zitting, partijen laten weten dat ik zelf persoonlijk betrokken ben bij het RJK en dat ik mij daarom niet vrij voel om de zaak verder te behandelen. "

3.Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat uit de door mr. L. Mulder aangevoerde grond waarom zij niet vrij was om de zaak te behandelen blijkt dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden als zij de zaak wel zou behandelen, hetgeen ertoe leidt dat het verzoek dient te worden toegewezen.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1.
wijst het verzoek van mr. L. Mulder tot verschoning in verband met de behandeling ter terechtzitting op 18 september 2018 van de zaak onder registratienummer LEE AWB 18/301 toe,
4.2.
gelast dat de zaak onder registratienummer LEE AWB 18/301 door een andere rechter wordt voortgezet in de stand waarin deze zich thans bevindt,
4.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan mr. L. Mulder, [naam] en de Korpschef van de Politie eenheid Noord-Nederland.
Aldus gegeven door mrs. R. Bootsma, voorzitter, P.G. Wijtsma en P. Molema, rechters, uitgesproken op 25 september 2018.