ECLI:NL:RBNNE:2018:5598

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 april 2018
Publicatiedatum
26 maart 2019
Zaaknummer
C18/183530 PR RK 18-129
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wrakingsverzoek wegens vermeende rechterlijke vooringenomenheid afgewezen

Verzoeker diende op 2 april 2018 een wrakingsverzoek in tegen bestuursrechter Vucsán in drie bestuursrechtelijke procedures waarbij hij partij was. De rechter gaf aan niet in het wrakingsverzoek te berusten.

De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Awb en artikel 6 EVRM Pro, waarbij wordt uitgegaan van de onpartijdigheid van rechters tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Verzoeker moest concrete feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bleek.

Omdat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aandroeg, werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De lopende procedures werden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen bestuursrechter Vucsán is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C18/183530 / PR RK 18-129
beslissing van de meervoudige kamer van 25 april 2018
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van
[naam],
wonende te [woonplaats],
verzoeker.

1.Procesverloop

Bij brief van 2 april 2018 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van
mr. R.L. Vucsán, behandelend bestuursrechter in de procedures met nummers
LEE 16/4490 BESLU VUCS, LEE 17/3829 WOB VUCS en LEE 18/46 WET VUCS waarbij verzoeker als partij is betrokken.
Mr. Vucsán heeft bij e-mailbericht d.d. 13 april 2018 aangegeven niet in de wraking te berusten.

2.Overwegingen

2.1
Ingevolge artikel 8:15 e.v. Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.
2.3
Uit de wet volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.
2.4
Omdat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aanvoert waaruit blijkt van vooringenomenheid van de rechter in de procedures met nummers LEE 16/4490 BESLU VUCS, LEE 17/3829 WOB VUCS en LEE 18/46 WET VUCS, dient verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
- bepaalt dat de procedures met nummers LEE 16/4490 BESLU VUCS, LEE 17/3829 WOB VUCS en LEE 18/46 WET VUCS worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en
aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie (inzake LEE 16/4490 BESLU VUCS), de Korpschef van de Politie eenheid Noord-Nederland (inzake LEE 17/3829 WOB VUCS) en de Minister van Justitie, namens deze het college van Procureurs-Generaal (inzake LEE 18/46 WET VUCS).
Deze beslissing is gegeven door mrs. P.G. Wijtsma, voorzitter, F. de Jong en
P.H.M. Tapper-Wessels, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2018.
coll: js (319)