ECLI:NL:RBNNE:2018:5610
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing omgang vader en kinderen
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing betreffende de omgang tussen de vader en zijn twee kinderen. De GI had deze aanwijzing gegeven omdat de moeder niet meewerkte aan de omgang en hulpverlening. De vader wilde meer contact met zijn kinderen, die hij al twee jaar niet had gezien, terwijl de moeder de aanwijzing wilde laten vervallen vanwege onprofessioneel handelen van de gezinsvoogd.
De kinderrechter oordeelde dat de GI niet bevoegd was om een schriftelijke aanwijzing te geven over omgang, omdat daarvoor een andere wettelijke procedure gevolgd moet worden (artikel 1:265g BW). Daarom werd het verzoek tot bekrachtiging afgewezen. De moeder had haar verzoek tot vervallen verklaring niet tijdig ingediend, waardoor dit verzoek niet inhoudelijk werd behandeld.
De beschikking werd uitgesproken op 21 december 2018 door kinderrechter C. Koopman. De zaak betrof de ondertoezichtstelling van de kinderen en het belang van een goede omgangsregeling, waarbij de rechtbank de juiste juridische weg benadrukte.
Uitkomst: Het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing over omgang wordt afgewezen omdat de GI niet bevoegd was deze aanwijzing te geven.