ECLI:NL:RBNNE:2018:5614
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verhuizing minderjarige dochter naar vader in Nieuw-Zeeland
De zaak betreft een verzoek van een vader om zijn 16-jarige dochter toe te staan haar hoofdverblijf naar hem in Nieuw-Zeeland te verplaatsen. De rechtbank is ambtshalve bekend met de voorgeschiedenis van de echtscheiding waarbij de dochter destijds geen contact met haar vader wilde.
Tijdens de zitting verklaarde de dochter vastbesloten te zijn bij haar vader te willen wonen en maakte zij haar moeder forse verwijten. De rechtbank achtte de verhuizing zo ingrijpend dat zij ambtshalve de Raad voor de Kinderbescherming opdracht gaf een onderzoek te verrichten en advies uit te brengen over het belang van de verhuizing voor de minderjarige.
De zaak werd aangehouden in afwachting van het rapport van de Raad. In maart gaf de vader aan dat het conceptrapport gereed was, maar dat zijn dochter had besloten haar opleiding in Nederland af te maken, waarna hij zijn verzoek introk. De rechtbank heeft de zaak voorlopig niet verder behandeld.
Uitkomst: De rechtbank heeft de zaak aangehouden en de Raad opdracht gegeven onderzoek te doen naar het belang van de verhuizing; het verzoek is later ingetrokken.