Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
20 maart 2018;
17 april 2018;
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
€ 117,00 aan vast recht en € 240,00 aan salaris gemachtigde;
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele procedure vordert eisende partij betaling van een openstaande factuur voor het laden van een caravan op een aanhanger, uitgevoerd in juli 2016. Eisende partij heeft bewijs geleverd door middel van getuigenverklaringen, waaronder die van de partijgetuige en een werknemer die het werk heeft uitgevoerd. Gedaagde heeft geen getuigen opgeroepen en heeft slechts schriftelijk betwist zonder het bewijs te ontkrachten.
De kantonrechter stelt vast dat het telefoongesprek tussen partijen en de uitvoering van de werkzaamheden niet zijn betwist. De verklaringen van de getuigen ondersteunen elkaar en vormen aanvullend bewijs dat de overeenkomst tot stand is gekomen. De enkele ontkenning van gedaagde is onvoldoende om het bewijs te weerleggen.
Daarom is de kantonrechter van oordeel dat eisende partij is geslaagd in haar bewijsopdracht en wijst de vordering van € 211,75 toe, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 1 juni 2018. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van eisende partij, begroot op een totaal van € 540,51. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot betaling van € 211,75 met rente en incassokosten toegewezen, gedaagde veroordeeld in proceskosten.