Werknemer werd geschorst wegens vermeend knoeien met gegevens, maar werkgever kon dit niet bewijzen en trok het ontbindingsverzoek in. Hierna ontstonden conflicten over standplaats en werkzaamheden, waarbij werknemer werd overgeplaatst naar een andere locatie en andere taken kreeg die niet tot haar functie behoorden. De werkgever stelde een reorganisatie als reden voor, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam was verstoord en ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2018. De werkgever had ernstig verwijtbaar gehandeld door onterechte beschuldigingen, het opschorten van loon en het niet bieden van een reële kans op herstel van de arbeidsrelatie.
De kantonrechter kende een transitievergoeding toe en wees een billijke vergoeding toe vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De hoogte van de billijke vergoeding wordt nader bepaald na overleg over gemaakte advocaatkosten en de financiële situatie van de werknemer.