ECLI:NL:RBNNE:2018:5681

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 februari 2018
Publicatiedatum
13 oktober 2023
Zaaknummer
LEE 17/3672
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Eiser heeft op 23 oktober 2017 beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlagtwedde. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is betaling van griffierecht verplicht bij het instellen van beroep. De griffier heeft eiser per brief van 24 oktober 2017 en opnieuw per aangetekende brief van 22 november 2017 gewezen op de verplichting om het griffierecht van €46,- binnen vier weken te voldoen.

Ondanks deze aanmaningen heeft eiser het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, Awb verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk, tenzij het niet betalen verontschuldigbaar zou zijn, wat hier niet het geval is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier P.W. Karsowidjojo op 15 februari 2018. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 17/3672

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2018 in de zaak tussen

[eiser], wonende te
[woonplaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlagtwedde, verweerder.

Procesverloop

AWB173672
Op 23 oktober 2017 heeft eiser tegen het besluit op bezwaar van verweerder van 9 oktober 2017 beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb € 46,-. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. Bij brief van 24 oktober 2017 heeft de griffier eiser gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en hem meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan.
4. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 22 november 2017 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
5. Het griffierecht is niet op tijd betaald.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2018.
De griffier, De rechter,
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.