Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
6. de door verdachte op de terechtzitting van 8 februari 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 september 2016, opgenomen op pagina 53 e.v. van de politie Noord-Nederland met nummer 2016298909 d.d. 19 oktober 2016, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]:
8. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 september 2016, opgenomen op pagina 57 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4]:
9. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 september 2016, opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5]:
10. en naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 september 2016, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6]:
11. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 oktober 2016, opgenomen op pagina 68 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten:
15. de door verdachte op de terechtzitting van 8 februari 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
16. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 september 2016, opgenomen op pagina 42 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte]:
17. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 oktober 2016, opgenomen op pagina 68 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten:
18. een schriftelijk stuk d.d. 29 september 2016, opgenomen op pagina 72 van voornoemd dossier inhoudende een uitdraai van het Centraal Rijbewijzen Register waaruit blijkt dat aan verdachte geen rijbewijs is afgegeven.
1.openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
2.bedreiging met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht
4.overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994
5.overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994
1. [slachtoffer 1], tot een bedrag van € 300,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 2], tot een bedrag van € 94,69 ter vergoeding van materiële schade en € 850,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 5], tot een bedrag van € 300,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
geldboete ten bedrage van € 400,-(zegge: vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis.
8 maanden.
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 300,- (zegge: drie honderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2017.
[slachtoffer 2]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 944,69 (zegge: negenhonderd vierenveertig euro e negenenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2017.