Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 februari 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
loonverlies dat een werknemer lijdt in de betreffende dienstbetrekking.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn dagloon voor de WW-uitkering, omdat hij meent dat het aantal dagen waarover het SV-loon wordt gedeeld verminderd moet worden met de dagen waarop hij een WW-uitkering ontving. Verweerder heeft dit bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 1b WW en het Dagloonbesluit het dagloon wordt berekend door het SV-loon te delen door 261 dagen bij een referteperiode van één jaar. Uitkeringen op grond van de WW worden niet als loon beschouwd en mogen daarom niet worden meegerekend in de referteperiode. Er is geen uitzonderingssituatie van toepassing die een afwijking rechtvaardigt.
De rechtbank concludeert dat de berekening van verweerder conform de wet is en dat het standpunt van eiser geen wettelijke basis heeft. Ook het argument dat hierdoor onvoldoende inkomensbescherming wordt geboden, wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het dagloon voor de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.