Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. J.E. Biesma(hierna te noemen mr. Biesma), rechter van deze rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Biesma, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, naar aanleiding van een verzetprocedure over de betaling van griffierecht. Verzoeker betoogde dat mr. Biesma haar jarenlang benadeeld zou hebben en dat hij onjuist had geoordeeld in de beschikking van 18 januari 2018.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat het wrakingsverzoek betrekking heeft op een reeds beëindigde verzetprocedure ex artikel 29 Wgbz Pro, waarin mr. Biesma het verzet ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde dat door een nieuw verzoek ex artikel 32 Rv Pro de hoofdzaak was heropend, maar de kamer oordeelde dat dit verzoek slechts tot aanvulling van de beschikking dient en dat alleen de oorspronkelijke rechter bevoegd is om daarop te beslissen.
Verder heeft de wrakingskamer geoordeeld dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor jegens mr. Biesma. Er zijn geen aanwijzingen dat de rechterlijke onpartijdigheid is geschaad. Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland op 19 februari 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Biesma wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en gebrek aan onderbouwing van vooringenomenheid.