In deze zaak heeft verzoeker, gedaagde in een kantonprocedure, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rolrechter mr. Zwart-Sneek. Verzoeker stelde dat er sprake was van een oneerlijke rechtsgang omdat zijn verweerschrift zoek zou zijn geraakt en stukken onterecht waren teruggezonden, waardoor de rechter zonder zijn volledige verweer uitspraak zou doen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat verzoeker meerdere malen uitstel heeft gekregen om zijn verweer in te dienen, inclusief een laatste coulance-uitstel. Uit de correspondentie blijkt dat verzoeker op de hoogte was van de uiterste indieningsdatum en dat de rechtbank het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton heeft gevolgd. De stukken die na de uiterste termijn werden ingediend, zijn geretourneerd omdat de zaak reeds voor vonnis stond.
De wrakingskamer concludeert dat er geen bewijs is dat de rechter onpartijdig is geweest of dat de beslissing voortkwam uit vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen. De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2018.