Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Benadeelde partij
Uitspraak
De rechtbank
[slachtoffer]niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 22 februari 2016 ontstond een conflict tussen verdachte en aangever op een parkeerplaats in de gemeente Menterwolde, waarbij beiden snijverwondingen opliepen. Aangever en verdachte gaven tegenstrijdige verklaringen over de toedracht; aangever stelde dat verdachte hem met een mes had bedreigd en verwond, terwijl verdachte verklaarde dat aangever het mes had.
De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig onderzocht, waaronder verklaringen van betrokkenen, het aangetroffen mes, en de fysieke verwondingen. Er was onvoldoende objectief bewijs om de lezing van aangever te bevestigen of de verklaring van verdachte te weerleggen. Ook het mes dat werd aangetroffen kon niet eenduidig aan verdachte worden toegeschreven.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van poging doodslag wegens gebrek aan bewijs van opzet, maar wel veroordeling voor poging zware mishandeling. De verdediging betoogde volledige vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij.
Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, omdat het feit waarop de schade gebaseerd is niet bewezen is. De benadeelde kan deze vordering alleen bij de burgerlijke rechter instellen.
De rechtbank bepaalde dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen op 11 januari 2018.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging doodslag en mishandeling met mes.