De burgemeester van Schiermonnikoog verleende op 15 mei 2018 een evenementenvergunning voor de Pinksteractiviteiten 2018, inclusief het plaatsen en houden van een mast en het gebruik van een haan in een mand. Stichting Comité Dierennoodhulp maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat het welzijn van de haan wordt aangetast door opsluiting en stress, en dat dit in strijd is met de Wet Dieren en het Besluit houders van dieren.
De burgemeester handhaafde het besluit na bezwaar en de voorzieningenrechter wees een verzoek om voorlopige voorziening af. De rechtbank stelde vast dat de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Schiermonnikoog geen grond biedt om de vergunning te weigeren op basis van dierenwelzijn, aangezien dit niet onder de beschermingsgronden van de APV valt. De rechtbank vond de maatregelen ter bescherming van de haan, zoals dierenartscontrole, cameratoezicht, en voldoende verzorging, voldoende.
De rapportage van een pluimveegedrags- en welzijnsbioloog leverde geen aanwijzingen voor dierenmishandeling op. De rechtbank concludeerde dat de burgemeester in redelijkheid kon besluiten de vergunning te verlenen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.