ECLI:NL:RBNNE:2019:1251
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing lijfsdwang wegens ontbreken minnelijk traject in schuldsaneringsprocedure
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en een spoedvoorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro om de huidige gijzeling wegens onbetaalde alimentatie op te heffen. De gijzeling is gebaseerd op een vonnis waarbij verzoeker verplicht is alimentatie te betalen, maar hieraan niet heeft voldaan.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 288 Faillissementswet Pro, omdat er geen poging tot schuldbemiddeling is gedaan met alle schuldeisers, slechts met één schuldeiser. Tevens is de schuldenlast van verzoeker toegenomen, waardoor het minnelijk traject niet als volwaardig kan worden beschouwd.
Daarom kan de spoedvoorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro niet worden toegewezen. Ook een eventueel moratoriumverzoek wordt afgewezen omdat de schulden niet stabiel zijn en opheffing van lijfsdwang niet binnen de reikwijdte van artikel 287b Faillissementswet valt. De rechtbank benadrukt dat de alimentatieovereenkomst nog volledig van kracht is en recentelijk is bekrachtigd, zodat verzoeker geen belang heeft bij het verzoek.
De rechtbank wijst het verzoek af en laat de bezwaren van de wederpartij tegen het verzoek verder buiten beschouwing.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van lijfsdwang wordt afgewezen wegens ontbreken van een volwaardig minnelijk traject en onstabiele schuldenpositie.