ECLI:NL:RBNNE:2019:1422
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gewoontewitwassen
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor gewoontewitwassen. De rechtbank behandelde de zaak op 21 maart 2019 en stelde vast dat veroordeelde onverklaarbare inkomsten had van €139.106,-. Na aftrek van kosten en de waarde van verbeurdverklaarde goederen, kwam de rechtbank tot een bedrag van €104.329,50 als wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank bracht vervolgens de inkoopwaarde van de verbeurdverklaarde goederen, geschat op 25% van de winkelwaarde van €125.000,-, in mindering, wat resulteerde in een betalingsverplichting van €73.079,50. De verdediging had verzocht de vordering af te wijzen, maar dit werd verworpen op basis van wettige bewijsmiddelen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het proces-verbaal van bevindingen en de vaststellingen van de Belastingdienst. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Noordelijke Fraudekamer op 4 april 2019 en bevestigde de ontnemingsvordering conform artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €73.079,50 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.