Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de nadere producties van de zijde van Heegemonde
- de akte overlegging producties van de zijde van Mirron
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Heegemonde
- de pleitnota van Mirron.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de Vereniging van Eigenaren Heegemonde dat Mirron Projectontwikkeling B.V. binnen veertien dagen een plan van aanpak presenteert voor het herstel van aantasting aan de steigers van het schiphuizencomplex en dat Mirron dit herstel ook uitvoert. De VvE baseert haar vorderingen op vermeende wanprestatie en non-conformiteit, omdat volgens haar larikshout is toegepast in plaats van het in het bestek voorgeschreven hardhout.
Mirron voert verweer, onder meer dat de VvE niet bevoegd is om namens alle appartementseigenaren te procederen, dat de garantievoorwaarden niet op de kopers van toepassing zijn, dat larikshout geschikt is voor steigers en dat er geen sprake is van spoedeisendheid. De voorzieningenrechter oordeelt dat de VvE wel bevoegd is namens de oorspronkelijke kopers te procederen, maar niet namens latere eigenaren die niet rechtstreeks van Mirron hebben gekocht.
De rechter stelt vast dat larikshout is toegepast in strijd met de technische omschrijving, maar dat dit niet automatisch betekent dat het hout ongeschikt is. De deskundige rapportage wijst op houtaantasting, maar de ernst en omvang daarvan zijn onvoldoende duidelijk en worden door Mirron genuanceerd. Ook is onvoldoende aannemelijk dat volledige vervanging noodzakelijk is. De spoedeisendheid wordt wel aangenomen, maar de vorderingen zijn te vergaand en onduidelijk over de uitvoering van herstelmaatregelen.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen daarom af en veroordeelt de VvE in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en op 10 april 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van de VvE tot herstel van de steigers worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.