Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling van twee slachtoffers op verschillende data in 2017. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor enkele tenlastegelegde feiten, zoals de openlijke geweldpleging en bepaalde vrijheidsberovingen, en sprak verdachte daarvan vrij.
Voor de bewezen verklaarde feiten stelde de rechtbank vast dat verdachte samen met een medeverdachte slachtoffer 2 opzettelijk van zijn vrijheid heeft beroofd door hem vast te pakken, mee te nemen in de auto en naar een afgelegen plek te rijden. Daarnaast mishandelde verdachte slachtoffer 1 door hem te slaan. De rechtbank vond dat het geweld niet met voorbedachte rade was gepleegd, maar in een opwelling.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 186 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een meldplicht bij de reclassering. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij zijn leven na het voorarrest weer op de rails heeft gekregen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de meer ernstige beschuldigingen wegens onvoldoende bewijs, maar veroordeelde hem voor de bewezen mishandeling en medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie vanwege de beperkte bewezenverklaring en persoonlijke omstandigheden.