ECLI:NL:RBNNE:2019:1596
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking over bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeelde voor verkeersgerelateerde feiten
Klager is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk versperren van een openbare landweg en medeplegen van wederrechtelijke dwinging. Tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel heeft klager bezwaar gemaakt op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V).
De verdediging stelde dat DNA-afname disproportioneel is omdat het misdrijf verkeersgerelateerd is en geen opsporingsbelang heeft, en voerde aan dat er geen recidivegevaar bestaat. De officier van justitie betoogde dat DNA-opname verplicht is bij veroordelingen voor misdrijven genoemd in artikel 67, lid 1, Sv, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, en dat recidivegevaar aanwezig is vanwege eerdere veroordelingen.
De rechtbank oordeelt dat de aard van het misdrijf (wegversperring en dwingen) een uitzondering op DNA-afname rechtvaardigt omdat DNA-onderzoek praktisch geen bijdrage kan leveren aan opsporing. Echter, gezien eerdere veroordelingen voor misdrijven waarbij DNA-onderzoek wel relevant is, is het bezwaarschrift ongegrond. De beschikking is gegeven door rechter K. Post op 17 april 2019.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt ongegrond verklaard en de DNA-opname bevestigd.