ECLI:NL:RBNNE:2019:1598
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen DNA-afname en verwerking bij veroordeling voor medeplegen verkeersverstoring
Klaagster is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk versperren van een openbare landweg en medeplegen van wederrechtelijk dwingen. Op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden werd bepaald dat haar celmateriaal wordt afgenomen en verwerkt voor opname in de DNA-databank. Klaagster maakte bezwaar tegen deze afname en verwerking, stellende dat DNA-onderzoek niet van betekenis kan zijn voor de opsporing van de gepleegde feiten, die vooral verkeersgerelateerd zijn.
De officier van justitie betoogde dat DNA-afname verplicht is bij veroordelingen voor misdrijven genoemd in artikel 67 lid 1 Sv Pro, tenzij uitzonderingen gelden. Volgens hem kan DNA-onderzoek bijdragen aan opsporing en is er sprake van recidivegevaar. De rechtbank overwoog dat de aard van de misdrijven en de omstandigheden van het geval maken dat DNA-onderzoek praktisch geen bijdrage kan leveren aan opsporing, mede omdat de feiten zijn vastgesteld via waarnemingen en getuigenverklaringen.
Verder concludeerde de rechtbank dat uit het strafblad van klaagster geen aanwijzingen voor recidive van DNA-waardige misdrijven blijken. Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en beval vernietiging van het afgenomen celmateriaal.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en verwerking wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.