ECLI:NL:RBNNE:2019:1599
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen DNA-afname bij veroordeling voor wegversperring en wederrechtelijke dwinging gegrond verklaard
Klager is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk versperren van een openbare landweg en medeplegen van wederrechtelijke dwinging. Op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden werd DNA-afname bevolen. Klager maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, stellende dat het om verkeersfeiten gaat waarbij DNA-onderzoek geen opsporingswaarde heeft en dat er geen recidivegevaar is.
De officier van justitie stelde dat DNA-afname verplicht is bij veroordelingen voor voldoende zware misdrijven en dat DNA-onderzoek kan bijdragen aan opsporing, ook bij deze feiten. De rechtbank oordeelde dat de misdrijven vallen onder de uitzondering van artikel 2, lid 1 sub b, Wet DNA-V, omdat DNA-onderzoek praktisch geen rol speelt bij de opsporing van deze feiten. De opsporing vond plaats via feitelijke waarneming en getuigenverhoren.
Verder stelde de rechtbank vast dat klager niet eerder met justitie in aanraking was geweest, waardoor recidivegevaar ontbreekt. Gezien deze omstandigheden werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het afgenomen celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.