Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde],
Procesverloop
Standpunten
Bewijsmiddelen
Beoordeling
Toepassing van de wetsartikelen
Beslissing
[veroordeelde],voornoemd, de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft in deze zaak het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld dat veroordeelde heeft behaald door meervoudige oplichting, medeplegen van oplichting, poging tot oplichting en gewoontewitwassen. De zaak bouwt voort op een eerder vonnis van 19 oktober 2018 waarin veroordeelde werd veroordeeld voor deze feiten.
De officier van justitie had aanvankelijk een vordering tot ontneming van €577.962,00 ingediend, maar heeft deze tijdens de zitting aangepast naar €317.880,17 op basis van een transactieberekening. De rechtbank heeft op grond van bewezenverklaringen en een rapport van Politie Noord-Nederland de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat veroordeelde zelfstandig 30 oplichtingen pleegde waarbij in totaal €262.720,17 werd overgemaakt door benadeelden, en samen met een medeveroordeelde 4 oplichtingen pleegde met een totaal van €55.160,00. Na aftrek van 20% kosten en verdeling van het voordeel bij medeplegen, komt de rechtbank tot een bedrag van €232.240,14.
De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Noordelijke Fraudekamer op 2 mei 2019.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €232.240,14 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.